Zwerfkeien als netverzwaring

Waterland-zwerfkei-met-ring-kleinMooie, ovale zwerfkeien. Ook met ringen. Je ziet ze wel vaker bij mensen in Waterland in de tuin liggen. Waar komen deze keien vandaan? En waarvoor werden ze eigenlijk gebruikt?

In Waterland en andere plaatsen rond de voormalige Zuiderzee komen we ze regelmatig tegen, mooie ovale zwerfkeien.  Op zich niet zo vreemd. Niet gedurende de ijstijd aangevoerd, maar als ballast via schepen uit de 14e tot 19e eeuw vanuit Noorwegen, Zweden of Denemarken hier terecht gekomen. Nu is recycling al iets wat al eeuwen lang werd toegepast. Dus dergelijke stenen werden ook hergebruikt, onder andere als netverzwaring.

IJzer of lood was kostbaar en deze stenen waren in grote getale voorhanden. De haringvisserij middels ondermeer de vleet was een belangrijke bron van inkomsten. Om deze lange staande netten gedurende eb en vloed op hun plek te houden was veel gewicht nodig. De vissers kwamen uit Marken en Volendam, dus is het niet zo vreemd dat we in menig tuintje daar deze stenen nog tegenkomen.

Sleepstenen
De zogenaamde sleepstenen (die grote met ogen) werden gebruikt om het sleepnet (de kuil) tijdens het zeilen op de bodem te houden. De steen diende als verzwaring en zat aan de lijn voor het net. Tevens werd daarbij een loper gebruikt. Een gewicht dat je met een lijn kon verplaatsen om de diepte aan te passen. Deze was meestal van ijzer. De kleinere stenen met oog bevonden zich onder de kneppel. Dat is het houten balkje om de kuil open te houden.

Keien zonder oog
De keien zonder oog werden met een strop van touw aan de jonen (een stok met vlaggetje) van de beug gezet. Een beug is een serie staande netten. Meestal waren dit basaltkeien. Voor de jonen van lijnen (voorzien van haken) gebruikte men twee op elkaar gebonden bakstenen. Voor het binnenwater zelfs halve kloostermoppen met een gat erin. In De Monnikmeer is daar een exemplaar van gevonden.

Voorbeelden van het gebruik staan beschreven in het boek “Van gaand en staand want, De zeilvisserij voor en na de afsluiting van de Zuiderzee” van Peter Dorleijn, deel I en II

Na de afsluiting van de Zuiderzee werden de stenen op Marken nog gebruikt om het net over de hooiklamp op zijn plaats te houden. De kleinere exemplaren waren ook in gebruik als gewicht. Bijvoorbeeld als contragewicht voor het luik van de zolder. Tijdens de aanleg van het diepriool op Marken heeft de firma Van Waveren tientallen stenen meegenomen. Vermoedelijk zijn deze naar het Zuiderzeemuseum gegaan. In een voortuin van Kerkbuurt op Marken liggen nog ongeveer 10 exemplaren. Verder zie je ze her en der nog wel in andere bleekveldjes liggen.

Gladde stenen
Andere (geheel gladde) stenen waren in gebruik als gewicht voor de sleden van de touwbanen. Een lid van de werkgroep heeft er zelf een in de tuin liggen, afkomstig van de lijnbaan aan de Zuidervesting. Een tweede steen is geschonken aan het weeshuis voor de touwslagerij. Daarnaast waren er gladde ronde stenen in gebruik om groenten, vlees en vis in Keulse potten met zout naar beneden te drukken. Wordt thans nog wel gedaan bij het inmaken van zoute snijbonen.

Technieken
Nu zijn er verschillende technieken om de zwerfkeien geschikt te maken voor netverzwaring.

De een is een gesmede stalen band met oog rond de steen. Waterland-20140530-00679Een andere techniek is een gat te boren in de steen, daar een ijzeren oog in te plaatsen om vervolgens het geboorde gat vol te gieten met vloeibaar lood. Veel van de ijzeren ogen zijn in de loop van de jaren weggeroest. Blijft over een zwerfkei met gat en wat loodresten. Voor een amateur niet altijd herkenbaar als een netverzwaring. IMG-20140507-00666Opvallend is op de steen, waar onder het oog, nog de letter “w”  zichtbaar is (zie eerste foto). Dit betreft een zogenaamd huismerk waarmee werd aangegeven wie de eigenaar van het vistuig was. Omdat de vissers veelal het schrijven niet machtig waren, werden zo al zijn eigendommen gemerkt, van fuikenpaal, viston tot vistuig. Gebruikelijk was ook dat de zoon van de visser, middels het extra aanbrengen van een streep het huismerk overnam en zo doorgaf naar de volgende generatie.

Voor meer informatie:
Dorleijn, Peter “Van gaand en staand want. De zeilvisserij voor en na de afsluiting van de Zuiderzee“. Weesp, Van Kampen. 1982/85 en Van Wijnen, Franeker, 1996, ISBN 9051941455. Vijf delen, respectievelijk 276, 342, 336, 301 en 348 bladzijden met talrijke foto’s en illustraties, ISBN 9060912241